Home > Husqvarna > Chainsaw > Husqvarna 135 X Torq Manual

Husqvarna 135 X Torq Manual

    Download as PDF Print this page Share this page

    Have a look at the manual Husqvarna 135 X Torq Manual online for free. It’s possible to download the document as PDF or print. UserManuals.tech offer 35 Husqvarna manuals and user’s guides for free. Share the user manual or guide on Facebook, Twitter or Google+.

    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 611155296-38 Rev.1 2012-11-19
    Belangrijk
    Gebruik altijd uw gezond 
    verstand (2)
    Het is onmogelijk om alle denkbare situaties, waarvoor u 
    zich geplaatst kunt zien bij het gebruik van een motorzaag, af te dekken. Wees altijd voorzichtig en 
    gebruik gezond verstand. Vermijd situaties, waarvoor u 
    zich niet voldoende gekwalificeerd acht. Wanneer u zich, 
    na het lezen van deze instructies, nog steeds onzeker 
    voelt over de handelwijze, moet u een expert om advies 
    vragen voor u verdergaat. Aarzel niet om contact op te 
    nemen met uw dealer of met ons, wanneer u vragen heeft 
    over het gebruik van motorzagen. We zijn u graag van 
    dienst om u adviezen te geven, die u helpen uw 
    motorzaag op een betere en veiliger manier te gebruiken. 
    Volg een opleiding in het gebruik van motorzagen. Uw 
    dealer, bosbouwschool of uw bilbiotheek kunnen u 
    vertellen welk opleidingsmateriaal en welke cursussen 
    beschikbaar zijn.  Er wordt voortdurend gewerkt aan het 
    verbeteren van design en techniek - verbeteringen 
    waardoor uw veiligheid en effectiviteit toenemen. Breng 
    regelmatig een bezoek aan uw dealer om te zien welk nut 
    u kunt hebben van de noviteiten die worden 
    geïntroduceerd. 
    Persoonlijke veiligheidsuitrusting
    • Goedgekeurde veiligheidshelm
    • Gehoorbeschermers
    • Veiligheidsbril of vizier
    • Handschoenen met zaagbescherming
    • Broeken met zaagbescherming
    • Laarzen met zaagbescherming, stalen neus en anti-
    slip zool
    • U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
    • Brandblusser en spa
    Verder moet de kleding goed aansluiten zonder u in uw 
    bewegingen te belemmeren. BELANGRIJK!
    Deze motorkettingzaag voor bosbouwtoepassingen is 
    bestemd voor boswerkzaamheden zoals vellen, 
    verwijderen van zijtakken en zagen.
    U mag alleen de zaagblad/zaagkettingcombinaties 
    gebruiken, die wij aanbevelen in het hoofdstuk 
    Technische gegevens.
    Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft 
    gedronken of medicijnen heeft ingenomen, die uw 
    gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of 
    coördinatievermogen kunnen beïnvloeden.
    Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie 
    instructies in het hoofdstuk ”Persoonlijke 
    veiligheidsuitrusting”.
    Wijzig deze machine nooit zo dat hij niet langer 
    overeenstemt met de originele uitvoering, en gebruik de 
    machine niet als u denkt dat anderen hem hebben 
    gewijzigd. 
    Gebruik nooit een machine die defect is. Voer de in deze 
    handleiding beschreven veiligheidscontroles en de 
    onderhouds- en service-instructies uit. Bepaalde 
    onderhouds- en servicemaatregelen moeten door 
    opgeleide en gekwalificeerde specialisten worden 
    uitgevoerd. Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Onderhoud.
    Gebruik uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing 
    aanbevolen accessoires. Zie instructies in de 
    hoofdstukken Snijuitrusting en Technische gegevens.
    N.B.! Gebruik altijd een beschermingsbril of 
    gezichtsvizier om het risico van verwonding door 
    wegvliegende voorwerpen te verminderen. Een 
    motorzaag is in staat om met grote kracht voorwerpen, 
    zoals zaagsel, kleine stukjes hout enz., weg te 
    slingeren. Dit kan leiden tot ernstig letsel, vooral aan 
    ogen.
    !
    WAARSCHUWING! Een motor laten 
    lopen in een afgesloten of slecht 
    geventileerde ruimte kan dodelijke 
    ongelukken veroorzaken door 
    verstikking of koolmonoxidevergiftiging.
    !
    WAARSCHUWING! Een verkeerde 
    snijuitrusting of een verkeerde zaagblad/
    kettingcombinatie verhoogt het risico op 
    terugslag! Gebruik uitsluitend de 
    zaagblad/kettingcombinaties die wij 
    aanbevelen, en volg de vijlinstructie. Zie 
    de instructies in het hoofdstuk 
    Technische gegevens.
    !
    WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte 
    van de ongevallen met 
    motorkettingzagen gebeurt wanneer de 
    ketting de gebruiker raakt. Bij al het 
    gebruik van de machine moet 
    goedgekeurde persoonlijke 
    beschermingsuitrusting gebruikt 
    worden. Persoonlijke 
    beschermingsuitrusting elimineert de 
    risico
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    62 – Dutch1155296-38 Rev.1 2012-11-19
    Veiligheidsuitrusting van de 
    machine
    In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de 
    veiligheidsonderdelen van de machine zijn, en hun 
    functie. Voor controle en onderhoud zie de instructies in 
    het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de 
    veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Zie de instructies 
    in het hoofdstuk Wat is wat?, om te zien waar deze 
    onderdelen zich bevinden op uw machine.
    De levensduur van de machine kan worden verkort en het 
    risico van ongelukken kan toenemen wanneer het 
    onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt 
    uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet 
    vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie 
    nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de 
    dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
    Kettingrem met terugslagbeveiliging
    Uw motorzaag is voorzien van een kettingrem, die de 
    ketting in geval van terugslag stopt. Een kettingrem 
    vermindert het risico op ongevallen, maar alleen u als 
    gebruiker kunt ze voorkomen. (3)
    Wees voorzichtig wanneer u de motorkettingzaag 
    gebruikt en zorg ervoor dat de terugsslagrisico-sector van 
    het zaagblad nooit in contact komt met een voorwerp. (4)
    • De kettingrem (A) wordt of handmatig geactiveerd (via 
    uw linkerhand) of met het traagheidsmechanisme. (5)
    • Wordt geactiveerd, wanneer de terugslagbeveiliging 
    (B) naar voren wordt gebracht of de rechterhandrem 
    (E) naar voren/omhoog wordt gebracht. (6)
    • Deze beweging activeert een met een veer 
    gespannen mechanisme dat de remvoering (C) rond 
    het kettingaandrijvingssysteem van de motor (D) 
    (koppelingtrommel) spant. (7)
    • De terugslagbeveiliging werd niet alleen 
    geconstrueerd om de kettingrem te activeren. Een 
    andere belangrijke functie is dat ze het risico 
    vermindert dat de linkerhand de ketting raakt  
    wanneer men de greep op het voorste handvat 
    verliest.
    • De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de 
    motorzaag start, om te voorkomen dat de ketting 
    draait. (46)
    • Gebruik de kettingrem als parkeerrem bij starten en 
    bij kortere verplaatsingen, om ongelukken te voorkomen waarbij gebruikers of omgeving onvrijwillig 
    in contact komen met een bewegende zaagketting. 
    Laat de motorzaag geen lange tijd aan staan wanneer 
    de kettingrem is geactiveerd. De motorzaag kan zeer 
    warm worden.
    • De kettingrem wordt vrijgegeven door de 
    terugslagbescherming met het opschrift PULL BACK 
    TO RESET in de richting van het voorste handvat te 
    bewegen. (38)
    • Een terugslag kan bliksemsnel gebeuren en erg 
    krachtig zijn. Meestal is de terugslag erg licht en wordt 
    de kettingrem niet altijd geactiveerd. In die gevallen is 
    het belangrijk dat men de motorkettingzaag stevig 
    vasthoudt en niet laat vallen. (51)
    • Hoe de kettingrem geactiveerd wordt, manueel of via 
    het traagheidsmechanisme, wordt bepaald door de 
    sterkte van de terugslag en door de positie van de 
    motorkettingzaag in verhouding tot het voorwerp 
    waarmee de terugslagrisico-sector in contact komt.
    Bij hevige terugslag en wanneer de terugslagrisico-
    sector van de motorkettingzaag zich zo ver mogelijk 
    van de gebruiker bevindt, is de kettingrem zo 
    geconstrueerd, dat hij wordt geactiveerd via het 
    tegenwicht van de kettingrem (traagheid) in de 
    terugslagrichting. (8)
    Bij minder hevige terugslag en wanneer de 
    terugslagrisico-sector van de motorkettingzaag zich 
    dichter bij de gebruiker bevindt, wordt de kettingrem 
    manueel geactiveerd met de linkerhand.
    • Bij velstand is de linkerhand in een stand, waardoor 
    het onmogelijk is de kettingtem handmatig te 
    activeren. Bij deze greep, d.w.z. wanneer de 
    linkerhand zo geplaatst is dat ze de beweging van de 
    terugslagbeveiliging niet kan beïnvloeden, kan de 
    kettingrem uitsluitend geactiveerd worden via het 
    traagheidsmechanisme.  (9)
    Zal mijn hand de kettingrem bij terugslag 
    altijd activeren?
    Nee. Er is een zekere kracht voor nodig om de 
    terugslagbeveiliging naar voren te bewegen. Als uw hand 
    de terugslagbeveiliging slechts licht beroert of eroverheen 
    gaat, kan het gebeuren dat de kracht niet voldoende groot 
    is om de kettingrem te activeren. Ook wanneer u werkt, 
    moet u de handgrepen van de motorzaag stevig beet 
    houden. Als u dat doet en u krijgt terugslag, laat u 
    misschien nooit uw hand los van de voorhandgreep en 
    activeert u de kettingrem niet, of de kettingrem wordt pas 
    geactiveerd wanneer de zaag al eventjes heeft kunnen 
    rondslingeren. In zo’n situatie kan het voorkomen dat de 
    kettingrem de ketting niet kan stoppen voor deze u raakt. 
    Er zijn ook bepaalde werkhoudingen waardoor uw hand 
    niet bij de terugslagbeveiliging kan om de kettingrem te 
    activeren, bijv. wanneer de zaag in velpositie wordt 
    gehouden.
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik de machine 
    nooit wanneer de veiligheidsuitrusting 
    defect is. De veiligheidsuitrusting moet 
    worden gecontroleerd en onderhouden. 
    Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Controle, onderhoud en service van de 
    veiligheidsuitrusting van de motorzaag. 
    Als uw machine niet door alle controles 
    komt, moet u ermee naar uw 
    servicewerkplaats voor reparatie. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 631155296-38 Rev.1 2012-11-19
    Zal de kettingrem altijd door de traagheid 
    worden geactiveerd, wanneer terugslag 
    optreedt?
    Nee. Ten eerste moet uw rem functioneren. Het is 
    makkelijk de rem te testen, zie de instructies in het 
    hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de 
    veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Wij raden aan dat 
    u dit doet, iedere keer voor u begint te werken. Ten tweede 
    moet de terugslag voldoende sterk zijn om de kettingrem 
    te activeren. Als de kettingrem gevoelig zou zijn, zou deze 
    voortdurend worden geactiveerd, wat lastig zou zijn.
    Zal de kettingrem me altijd beschermen 
    tegen letsel als terugslag voorkomt?
    Nee. Ten eerste moet uw rem functioneren om de 
    bedoelde bescherming te geven. Ten tweede moet hij zo 
    worden geactiveerd als hierboven beschreven, om de 
    zaagketting bij terugslag te stoppen. Ten derde kan de 
    kettingrem worden geactiveerd, maar wanneer het 
    zaagblad te dicht bij u is, kan het gebeuren dat de rem niet 
    op tijd afgeremd is om de ketting te stoppen voor de 
    motorzaag u raakt.
    Alleen uzelf en een juiste arbeidstechniek kunnen 
    terugslag en de bijbehorende risico’s elimineren.
    Gashendelvergrendeling
    De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om 
    onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. 
    Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt 
    gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de 
    gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat 
    loslaat, gaan zowel de gashendel als de 
    gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke 
    beginposities. Deze positie houdt in dat de gashendel 
    automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien. (10)
    Kettingvanger
    De kettingvanger is geconstrueerd om een losgeraakte of 
    gebarsten ketting op te vangen. Dit kan meestal 
    voorkomen worden door de ketting juist aan te spannen 
    (zie instructies in het hoofdstuk Monteren) en voor goed 
    onderhoud en service van het zaagblad en de ketting te 
    zorgen (zie de instructies in het hoofdstuk Algemene 
    werkinstructies). (11)
    Rechterhandbescherming
    De rechterhandbescherming moet er behalve de hand 
    beschermen wanneer de ketting losraakt of breekt, ook 
    voor zorgen dat de takken en twijgen de grip op het 
    achterste handvat niet beïnvloeden. (12)
    Trillingdempingssysteem
    Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem 
    dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel 
    mogelijk met de zaag te kunnen werken.
    Het trillingdempingssysteem van de machine reduceert 
    het overbrengen van de trillingen van de motoreenheid/
    snijuitrusting op de handvateenheid van de machine. Het motorzaaghuis inclusief de snijuitrusting is via een 
    zogenaamd trillingdempend element opgehangen in de 
    handvateenheid.
    Zagen in een harde houtsoort (de meeste loofbomen) 
    veroorzaakt meer trillingen dan zagen in een zachte 
    houtsoort (de meeste naaldbomen). Zagen met een botte 
    of verkeerde snijuitrusting (verkeerd type of verkeerd 
    geslepen) verhoogt het trillingniveau.
    Stopschakelaar
    De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit 
    te schakelen. (13)
    Geluiddemper
    De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau 
    zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg 
    te richten van de gebruiker.
    In gebieden met een warm en droog klimaat kan het risico 
    van branden erg groot zijn. Het komt voor dat deze 
    gebieden gereguleerd worden met wetgeving, die vereist 
    dat de geluiddemper onder andere uitgerust moet zijn met 
    een goedgekeurd vonkenopvangnet. (14)
    Zorg er bij het bevestigen van het net altijd voor dat het net 
    in de juiste positie wordt geplaatst.  Gebruik zo nodig een 
    ring/steeksleutel om het net te plaatsen of te verwijderen.
    !
    WAARSCHUWING! Als men teveel wordt 
    blootgesteld aan trillingen, kan dit tot 
    bloedvat- en zenuwbeschadigingen 
    leiden bij personen die een slechte 
    bloedcirculatie hebben. Consulteer uw 
    dokter wanneer u symptomen heeft die 
    wijzen op te grote blootstelling aan 
    trillingen. Voorbeelden van zulke 
    symptomen zijn slapen, geen gevoel, 
    ”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen 
    of minder kracht, huidverkleuringen of 
    veranderingen van het huidoppervlak. 
    Deze symptomen komen meestel voor op 
    vingers, handen of polsen. Deze 
    symptomen kunnen toenemen bij koude 
    temperaturen.
    !
    WAARSCHUWING! De uitlaatgassen van 
    de motor zijn heet en kunnen vonken 
    bevatten die brand kunnen veroorzaken. 
    Start de machine daarom nooit 
    binnenshuis of in de buurt van licht 
    ontvlambaar materiaal!
    N.B.! De geluiddemper wordt zeer heet, zowel tijdens 
    het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook bij 
    stationair draaien. Wees oplettend op brandgevaar, 
    vooral bij hantering vlakbij brandgevaarlijke stoffen en/of 
    gassen. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    64 – Dutch1155296-38 Rev.1 2012-11-19
    Snijuitrusting
    In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste 
    onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te 
    gebruiken:
    • Het terugslagrisico van uw machine reduceert.
    • Vermindert het risico op losraken en barsten van de 
    ketting.
    • Bereikt optimale snijprestaties.
    • De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
    • Voorkomt toename van trillingsniveau.
    Basisregels
    •Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen 
    snijuitrusting!  Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Technische gegevens.
    •Zorg ervoor dat de tanden van de ketting goed en 
    juist geslepen zijn!  Volg onze instructies en 
    gebruik de aanbevolen vijlmal. Een verkeerd 
    geslepen of beschadigde ketting verhoogt het risico 
    op ongevallen.
    •Zorg ervoor dat de tanddiepte juist is! Volg onze 
    instructies en gebruik de aanbevolen 
    dieptestellermal. Als de tanddiepte te groot is, 
    verhoogt dit het risico op terugslag.
    •Hou de ketting gestrekt!  Als de ketting niet 
    voldoende gestrekt is, neemt het risico toe dat de 
    ketting losraakt en de slijtage van zaagblad, ketting en 
    kettingwiel neemt toe.
    •Zorg ervoor dat de snijuitrusting voldoende 
    gesmeerd is en onderhoud ze op de juiste manier!  
    Als de ketting niet voldoende gesmeerd wordt, neemt 
    het risico op barsten toe en verhoogt de slijtage van 
    zaagblad, ketting en kettingwiel.
    Snijuitrusting die het risico op terugslag 
    vermindert
    Terugslag kan alleen voorkomen worden doordat u er als 
    gebruiker voor zorgt dat de terugslagrisico-sector van het 
    zaagblad nooit in contact komt met een voorwerp.
    Door snijuitrusting met een ”ingebouwde” 
    terugslagreductie te gebruiken en door de ketting correct 
    te slijpen en te onderhouden kan het effect van een 
    terugslag gereduceerd kan worden.
    Zaagblad
    Hoe kleiner de neusradius, hoe minder neiging tot 
    terugslag.
    Ketting
    Een ketting bestaat uit een aantal verschillende schakels 
    die leverbaar zijn in standaarduitvoering en in een 
    uitvoering die het risico op terugslag reduceert.
    Een aantal uitdrukkingen die de specificaties van het 
    zaagblad en de ketting aangeven.
    Om alle veiligheidsonderdelen op de snijuitrusting te 
    behouden, moet u versleten of beschadigde zaagblad-/
    kettingcombinaties vervangen door een zaagblad en 
    ketting die Husqvarna aanbeveelt. Zie de instructies in het 
    hoofdstuk Technische gegeevns voor informatie welke 
    zaagblad-/kettingcombinaties we aanbevelen. 
    Zaagblad
    • Lengte (duim/cm)
    • Aantal tanden in het neuswiel (T). 
    • Kettingsteek (=pitch) (duim). Het neuswiel van het 
    zaagblad en het kettingaandrijftandwiel van de 
    motorkettingzaag moeten aangepast zijn aan de 
    afstand tussen de aandrijfschakels. (15)
    • Aantal aandrijfschakels (stuks). Elke zaagbladlengte 
    levert in combinatie met de kettingsteek en het aantal 
    tanden van het neuswiel een bepaald aantal 
    aandrijfschakels op.
    • Zaagbladgroefbreedte (duim/mm). De breedte van de 
    zaagbladgroef moet aangepast zijn aan de 
    aandrijfschakelbreedte van de ketting.
    • Kettingolie-opening en opening voor 
    kettingstrekkerpen. Het zaagblad moet aangepast zijn 
    aan de constructie van de motorkettingzaag. (16)
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik de 
    motorzaag nooit zonder of met een 
    kapotte geluiddemper. Door een kapotte 
    geluiddemper kunnen het geluidsniveau 
    en het risico van brand aanzienlijk 
    toenemen. Hou gereedschap voor 
    brandblussen bij de hand. Gebruik nooit 
    een motorzaag zonder of met een defect 
    vonkenopvangnet, als een 
    vonkenopvangnet verplicht is in uw 
    werkgebied.
    !
    WAARSCHUWING! Een verkeerde 
    snijuitrusting of een verkeerde zaagblad/
    kettingcombinatie verhoogt het risico op 
    terugslag! Gebruik uitsluitend de 
    zaagblad/kettingcombinaties die wij 
    aanbevelen, en volg de vijlinstructie. Zie 
    de instructies in het hoofdstuk 
    Technische gegevens.
    BELANGRIJK! Geen enkele zaagketting elimineert het 
    risico op terugslag.
    !
    WAARSCHUWING! Ieder contact met een 
    draaiende zaagketting kan ernstig letsel 
    veroorzaken. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 651155296-38 Rev.1 2012-11-19Ketting
    • Kettingsteek (=pitch) (duim) (15)
    • Aandrijfschakel-breedte (mm/duim) (18)
    • Aantal aandrijfschakels (stuks) (17)
    Slijpen en afstellen van de tanddiepte van 
    de ketting
    Algemeen met betrekking tot het slijpen van de 
    tanden
    • Zaag nooit met een botte ketting. De ketting is bot 
    wanneer u de snijuitrusting door de boom moet 
    drukken en wanneer de houten spaanders erg klein 
    zijn. Met een zeer botte ketting zijn er zelfs helemaal 
    geen spaanders. Dan krijgt men alleen houtpoeder.
    • Een goed geslepen ketting eet zich door het hout en 
    geeft houten spaanders die groot en lang zijn.
    • De zagende delen van een ketting worden 
    zaagschakels genoemd en bestaan uit een snijtand 
    (A) en een dieptestellernok (B). Het verschil in hoogte 
    tussen deze beide bepaalt de snijdiepte. (23)
    Bij het slijpen van snijtanden moet men rekening houden 
    met vier verschillende afmetingen.
    1 Vijlhoek (21)
    2 Snijhoek (20)
    3 Vijlpositie (22)
    4 Diameter van de ronde vijl
    Het is erg moeilijk om zonder hulpmiddelen een ketting 
    correct te slijpen. Daarom raden we u aan onze vijlmal te 
    gebruiken. Die garandeert dat de ketting wordt geslepen 
    voor een optimale terugslagreductie en zaagcapaciteit. 
    (22)
    Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens 
    voor de gegevens die van toepassing zijn bij het slijpen 
    van de ketting van uw motorzaag.
    Slijpen van de snijtand
    Om de snijtand te slijpen heeft u een ronde vijl en een 
    vijlmal nodig. Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Technische gegevens met betrekking tot de diameter van 
    de ronde vijl en welke vijlmal wordt aanbevolen voor de 
    ketting van uw motorzaag.
    • Controleer of de ketting gestrekt is. Als de ketting niet 
    voldoende gestrekt is, is ze zijdelings onstabiel 
    waardoor ze niet juist geslepen kan worden.
    • Vijl altijd van de binnenkant van de snijtand naar 
    buiten toe. Til de vijl op wanneer u naar de volgende tand gaat. Vijl eerst alle tanden aan één kant, draai 
    daarna de motorzaag om en vijl de tanden van de 
    andere kant.
    • Vijl zo dat alle tanden even lang zijn. Wanneer de 
    lengte van de snijtand slechts 4 mm (5/32) bedraagt, 
    is de ketting versleten en moet ze vervangen worden. 
    (23)
    Algemeen betreffende het instellen van de snijdiepte
    • Wanneer men de snijtanden slijpt, vermindert de 
    tanddiepte (=snijdiepte). Om de maximum 
    zaagcapaciteit te behouden, moet de dieptestellernok 
    verlaagd worden tot de aanbevolen hoogte. Zie de 
    instructies in het hoofdstuk Technische gegevens hoe 
    groot de tanddiepte moet zijn voor de ketting van uw 
    motorzaag. (24)
    Afstelling van de tanddiepte
    • Wanneer de snijdiepte wordt afgesteld, moeten de 
    snijtanden net geslepen zijn. We raden aan de 
    snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt. 
    N.B.! Bij deze aanbeveling wordt ervan uitgegaan dat 
    de lengte van de snijtanden niet abnormaal afgevijld 
    werd.
    • Om de snijdiepte in te stellen heeft u een platte vijl en 
    een dieptestellermal nodig. We raden u aan onze 
    vijlmal voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste 
    maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de 
    dieptestellernok te krijgen.
    • Leg de vijlmal over de zaagketting. Informatie over het 
    gebruik van de vijlmal staat op de verpakking. Gebruik 
    de platte vijl om het overschot van het deel van de 
    dieptestellernok dat onder de mal uitkomt, weg te 
    vijlen. De snijdiepte is correct als u geen weerstand 
    voelt wanneer u de vijl over de mal haalt. (24)
    Ketting strekken
    Hoe meer u de ketting gebruikt, hoe langer ze wordt. Het 
    is belangrijk dat u de snijuitrusting aan deze verandering 
    aanpast.
    !
    WAARSCHUWING! Het niet volgen van 
    de slijpinstructies, verhoogt het 
    terugslagrisico van de ketting 
    aanzienlijk.
    !
    WAARSCHUWING! Een te grote 
    snijdiepte vergroot het terugslagrisico 
    van de ketting!
    !
    WAARSCHUWING! Een onvoldoende 
    gestrekte ketting kan resulteren in het 
    losraken van de ketting wat tot ernstige 
    en zelfs dodelijke verwondingen kan 
    leiden. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    66 – Dutch1155296-38 Rev.1 2012-11-19 Bij elke tankbeurt moet gecontroleerd worden of de 
    ketting voldoende gestrekt is. N.B.! Een nieuwe ketting 
    vereist een inrijperiode gedurende dewelke men vaker 
    moet controleren of de ketting voldoende gestrekt is.
    Algemeen geldt dat de ketting zo hard mogelijk gestrekt 
    moet worden, maar niet harder dan dat men ze manueel 
    rond kan draaien. (25)
    135
    • Maak de zaagbladmoer los die het koppelingdeksel/
    kettingrem vergrendelt. Gebruik de combisleutel. 
    Draai de zaagbladmoer vervolgens zo hard mogelijk 
    met de hand vast. (26)
    • Til de zaagbladpunt op en strek de ketting door aan de 
    kettingstrekschroef te draaien met behulp van de 
    combisleutel. Strek de ketting tot hij niet langer slap 
    hangt aan de onderkant van het zaagblad. (27)
    • Gebruik de combisleutel en draai de zaagbladmoer 
    vast terwijl u tegelijkertijd de zaagbladpunt omhoog 
    houdt. Controleer of de ketting makkelijk met de hand 
    kan worden rondgedraaid en of hij niet naar beneden 
    hangt aan de onderkant van het zaagblad. (28)
    De plaats van de kettingstrekschroef is verschillend voor 
    de onze diverse modellen motorzagen. Zie de instructies 
    in het hoofdstuk Wat is wat?, waar wordt aangegeven 
    waar hij op uw model zit.
    135e, 135e TrioBrake
    • Maak de knop los door deze uit te klappen. (29)
    • Draai de knop tegen de klok in om de de kap van het 
    zaagblad los te maken. (30)
    • Stel de spanning van de ketting af door het wiel naar 
    beneden (+) te draaien voor meer spanning en 
    omhoog (-) voor minder spanning. (31)
    • Zet de zaagbladkoppeling vast door de knop met de 
    klok mee te draaien. (32)
    • Klap de knop terug om de spanning vast te zetten. 
    (33)
    Snijuitrusting smeren
    Zaagkettingolie
    Zaagkettingolie moet een goede hechting aan de 
    motorzaagketting en tevens goede vloei-eigenschappen 
    hebben, of het nu een warme zomer of een koude winter 
    is.Als fabrikant van motorkettingzagen hebben wij een 
    optimale zaagkettingolie ontwikkeld die door zijn 
    plantaardige basis bovendien biologisch afbreekbaar is. 
    Wij raden het gebruik van onze olie aan voor zowel een 
    maximale levensduur van de motorzaagketting als voor 
    behoud van het milieu. Als onze zaagkettingolie niet 
    verkrijgbaar is, bevelen wij gewone zaagkettingolie aan.
    Gebruik nooit afvalolie!  Deze is schadelijk voor uzelf, 
    voor de machine en het milieu.
    Kettingolie bijvullen
    • Al onze motorkettingzaagmodellen hebben 
    automatische kettingsmering. Een aantal modellen is 
    ook leverbaar met verstelbare oliestroom.
    • De tank voor de kettingolie en de brandstoftank zijn zo 
    gedimensioneerd dat de brandstof op is voordat de 
    kettingolie op is.
    Deze veiligheidsfunctie vereist echter wel dat men de 
    juiste kettingolie gebruikt (met te dunne en 
    dunvloeiende olie raakt de kettingolietank leeg voor 
    de brandstof op is), dat men onze aanbevelingen met 
    betrekking tot de carburateurinstelling volgt (met een 
    te ”magere” instelling gaat de brandstof langer mee 
    dan de kettingolie) en dat men onze aanbevelingen 
    met betrekking tot de snijuitrusting volgt (een te lang 
    zaagblad heeft meer kettingolie nodig). 
    Controle van de kettingsmering
    • Controleer bij elke tankbeurt de kettingsmering. Zie 
    de instructies in het hoofdstuk Smeren van het 
    neuswiel van het zaagblad.
    Hou de zaagbladpunt op ca. 20 cm (8 duim) op een 
    vast licht voorwerp gericht. Na 1 minuut draaien met 
    3/4 gas geven, moet er een duidelijke olierand te zien 
    zijn op het lichte voorwerp.
    Als de kettingsmering niet werkt:
    • Controleer of het kettingoliekanaal van het zaagblad 
    open is. Maak schoon indien nodig. (34)
    • Controleer of de zaagbladgroef schoon is. Maak 
    schoon indien nodig. (35)
    • Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepel 
    draait en of de smeeropening van het neuswiel open 
    is. Maak schoon en smeer indien nodig. (36)
    Als de kettingsmering niet werkt na de bovenstaande 
    controles en de bijbehorende maatregelen, moet u de 
    motorkettingzaag naar uw servicewerkplaats brengen.
    !
    WAARSCHUWING! Onvoldoende smeren 
    van de snijuitrusting kan een breuk van 
    de ketting veroorzaken wat tot ernstige 
    en zelfs dodelijke verwondingen kan 
    leiden.
    BELANGRIJK! Bij gebruik van plantaardige kettingolie, 
    moet u de zaagketting demonteren en ketting en 
    zaagbladgleuf schoonmaken, voor u ze lange tijd 
    opbergt. Anders bestaat het risico dat de kettingolie 
    oxideert, wat ertoe leidt dat de zaagketting stijf wordt en 
    het neuswiel van het zaagblad aanloopt.  
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 671155296-38 Rev.1 2012-11-19Kettingaandrijftandwiel
    De koppelingtrommel is voorzien van één van de 
    volgende kettingaandrijftandwielen:
    A   Spur-aandrijftandwiel (kettingaandrijftandwiel 
    vastgesoldeerd op de trommel)
    B   Rim-aandrijftandwiel (vervangbaar) (37)
    Controleer regelmatig het slijtageniveau van het 
    kettingaandrijf-tandwiel. Vervang het als het abnormaal 
    versleten is. Het kettingaandrijf-tandwiel moet vervangen 
    worden telkens men de ketting vervangt.
    Naaldlager smeren
    Beide soorten kettingpoelie’s hebben een naaldlager aan 
    de uitgaande as, dat regelmatig gesmeerd moet worden 
    (1 keer per week). N.B.! Gebruik lagervet van goede 
    kwaliteit of motorolie.
    Zie de instructies in het hoofdstuk Onderhoud, Naaldlager 
    smeren.
    Slijtagecontrole van de snijuitrusting
    Controleer de ketting dagelijks:
    • Of er zichtbare barsten in klinken en schakels zijn.
    • Of de ketting stijf is.
    • Of klinken en schakels abnormaal versleten zijn.
    Gooi de zaagketting weg als deze een of enkele van 
    bovenstaande punten vertoont.
    We raden aan een nieuwe zaagketting te gebruiken om 
    de slijtage van de ketting die u gebruikt te controleren.
    Wanneer de lengte van de snijtanden slechts 4 mm 
    bedraagt, is de ketting versleten en moet ze vervangen 
    worden.
    Zaagblad
    Controleer regelmatig:
    • Of er braam zit op de buitenzijden van het zaagblad. 
    Vijl weg indien nodig.
    • Of de zaagbladgroef abnormaal versleten is. Vervang 
    het zaagblad indien nodig.
    • Als de zaagbladneus abnormaal of ongelijkmatig 
    versleten is. Als er een ”holte” ontstaat in waar de radius van de zaagbladneus ophoudt, was de ketting 
    niet voldoende gestrekt.
    • Voor een zo lang mogelijke levensduur moet het 
    zaagblad regelmatig omgedraaid worden.
    !
    WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte 
    van de ongevallen met 
    motorkettingzagen gebeurt wanneer de 
    ketting de gebruiker raakt.
    Draag altijd persoonlijke 
    veiligheidsuitrusting. Zie instructies in 
    het hoofdstuk ”Persoonlijke 
    veiligheidsuitrusting”.
    Voer geen taken uit waarvoor u zich niet 
    voldoende gekwalificeerd acht. Zie 
    instructies in de hoofdstukken 
    Persoonlijke veiligheidsuitrusting, 
    Maatregelen om terugslag te voorkomen, 
    Snijuitrusting en Algemene 
    werkinstructies.
    Voorkom situaties waar risico op 
    terugslag bestaat. Zie instructies in het 
    hoofdstuk Veiligheidsuitrusting voor de 
    machine.
    Gebruik de aanbevolen snijuitrusting en 
    controleer de conditie waarin ze zich 
    bevindt. Zie instructies in het hoofdstuk 
    Algemene werkinstructies.
    Controleer de werking van de 
    veiligheidsonderdelen van de 
    motorkettingzaag. Zie instructies in de 
    hoofdstukken Algemene werkinstructies 
    en Algemene veiligheidsinstructies. 
    						
    							MONTEREN
    68 – Dutch1155296-38 Rev.1 2012-11-19
    Monteren van zaagblad en ketting
    135
    Controleer of de kettingrem ontkoppeld is door de 
    terugslagbeveiliging van de kettingrem naar de voorste 
    handvatbeugel te duwen. (38)
    Verwijder de zaagbladmoer en het koppelingdeksel (de 
    kettingrem). Verwijder de transportbescherming (A). (39)
    Monteer het zaagblad over de zaagbladbout. Plaats het 
    zaagblad in de achterste stand. Plaats de ketting over het 
    kettingaandrijftandwiel en in de zaagbladgroef. Begin aan 
    de bovenkant van het zaagblad. (40)
    Controleer of de randen van de motorzaagschakels op de 
    bovenkant van het zaagblad naar voren zijn gericht.
    Monteer het koppelingdeksel en vergeet niet om de 
    kettingafstelpen in de opening van het zaagblad te 
    plaatsen.  Controleer of de aandrijfschakels van de ketting 
    op het aandrijftandwiel passen en of de ketting juist in de 
    groef van het zaagblad zit. Draai de moer van het 
    zaagblad met de hand vast.
    Span de ketting door met behulp van de combisleutel de 
    kettingspanschroef met de klok mee te schroeven. De 
    ketting moet aangespannen worden tot ze niet langer slap 
    hangt aan de onderkant van het zaagblad. (27)
    De ketting is juist aangespannen wanneer ze niet langer 
    slap hangt aan de onderkant van het zaagblad en toch 
    gemakkelijk met de hand kan worden voortbewogen. Hou 
    de tip van het blad omhoog en draai de zaagbladmoer aan 
    met de combisleutel. (28)
    Op een nieuwe ketting moet de kettingspanning vaak 
    gecontroleerd worden tot de ketting goed ”ingelopen” is. 
    Controleer regelmatig de kettingspanning. Correct 
    aangespannen kettingen geven goede bedrijfsprestaties 
    en hebben een lange levensduur. (25)
    135e, 135e TrioBrake
    Controleer of de kettingrem ontkoppeld is door de 
    terugslagbeveiliging van de kettingrem naar de voorste 
    handvatbeugel te duwen. (38)
    Maak het kettingspanwiel los en verwijder het 
    koppelingsdeksel (de kettingrem).  Haal de 
    transportbescherming weg. (A) (41)
    Monteer het zaagblad over de zaagbladbouten. Plaats het 
    zaagblad in de achterste stand. Plaats de ketting over het 
    kettingaandrijftandwiel en in de zaagbladgroef. Begin aan 
    de bovenkant van het zaagblad. (40)
    Controleer of de randen van de motorzaagschakels op de 
    bovenkant van het zaagblad naar voren zijn gericht.Monteer het koppelingdeksel en vergeet niet om de 
    kettingafstelpen in de opening van het zaagblad te 
    plaatsen.  Controleer of de aandrijfschakels van de ketting 
    op het aandrijftandwiel passen en of de ketting juist in de 
    groef van het zaagblad zit.
    Breng de ketting op spanning door het wiel naar beneden 
    te draaien (+). De ketting moet zover gespannen zijn dat 
    ze aan de onderkant van het zaagblad niet doorzakt. (31)
    De ketting is correct gespannen wanneer ze aan de 
    onderkant van het zwaard niet doorzakt, maar nog wel 
    makkelijk met de hand bewogen kan worden. Houd de 
    neus van het zwaard omhoog en zet de zwaardkoppeling 
    vast door de knop tegen de klok in te draaien. (32)
    Op een nieuwe ketting moet de kettingspanning vaak 
    gecontroleerd worden tot de ketting goed ”ingelopen” is. 
    Controleer regelmatig de kettingspanning. Correct 
    aangespannen kettingen geven goede bedrijfsprestaties 
    en hebben een lange levensduur. (25)
    Monteren van schorssteun
    Voor het monteren van een schorssteun – neem contact 
    op met uw servicewerkplaats. (42)
    !
    WAARSCHUWING! Wanneer u aan de 
    ketting werkt, moet u altijd 
    handschoenen dragen. 
    						
    							BRANDSTOFHANTERING
    Dutch – 691155296-38 Rev.1 2012-11-19
    Brandstof
    Let op! Uw machine is uitgerust met een tweetaktmotor; 
    gebruik steeds een mix van benzine met tweetaktolie. Om 
    zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is het erg 
    belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig 
    afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden mengt, 
    hebben zelfs kleine afwijkingen van de juiste 
    oliehoeveelheid een grote invloed op de 
    mengverhouding.
    Benzine
    • Gebruik loodvrije of gelode benzine van een hoge 
    kwaliteit.
    • Het aanbevolen laagste octaangetal is 90 (RON). 
    Indien u de motor gebruikt met benzine met een lager 
    octaangetal dan 90, kan het zogenaamde pingelen 
    voorkomen. Dit leidt tot een hogere motortemperatuur 
    en hogere belasting van de lagers, wat ernstige 
    schade aan de motor kan veroorzaken.
    • Als men voortdurend met een hoog toerental werkt 
    (b.v. snoeien) is het aan te raden een hoger 
    octaangehalte te gebruiken.
    Milieubrandstof
    HUSQVARNA raadt het gebruik van milieuvriendelijke 
    benzine (zogenaamde alkylaatbrandstof) aan, of Aspen 
    voorgemengde tweetaktbenzine of milieubenzine voor 
    viertaktmotoren gemengd met tweetaktolie, zoals 
    hieronder beschreven. Let op dat het nodig kan zijn de 
    carburateur af te stellen, wanneer u van brandstoftype 
    wisselt (zie de instructies in het hoofdstuk Carburateur).
    Ethanolbrandstof
    HUSQVARNA raadt in de handel verkrijgbare brandstof 
    met een ethanolgehalte van maximaal 10% aan.
    Inlopen
    Gedurende lange tijd op hoge toeren werken, dient 
    gedurende de eerste 10 uur te worden vermeden.
    Tweetaktolie
    • Voor de beste resultaten en prestaties, moet u 
    HUSQVARNA tweetaktolie gebruiken, die speciaal 
    wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde 
    tweetaktmotoren. 
    • Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor 
    watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde 
    outboardoil (aangeduid met TCW).
    • Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.• Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/
    brandstofmengsel kan de functie van de katalysator 
    op het spel zetten en de levensduur verminderen.
    Mengverhouding
    1:50 (2%) met HUSQVARNA tweetaktolie.
    1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede 
    tweetaktmotoren, geklassificeerd voor JASO FB/ISO 
    EGB.
    Mengen
    • Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan 
    die goedgekeurd is voor benzine.
    • Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd 
    moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele 
    oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het 
    brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid 
    benzine bij.
    • Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u 
    de brandstoftank van de machine vult.
    • Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand 
    nodig is.
    • Als u de machine gedurende een langere tijd niet 
    gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem 
    schoonmaken.
    Kettingolie
    • Als smeermiddel raden we een speciale olie aan 
    (kettingsmeerolie) met goede adhesie. (43)
    • Gebruik nooit gebruikte olie. Dit kan de oliepomp, het 
    zaagblad en de ketting beschadigen.
    • Het is belangrijk het juiste olietype te gebruiken in 
    verhouding tot de luchttemperatuur (juiste viscositeit).
    • Bij temperaturen onder 0°C worden bepaalde 
    oliesoorten minder visceus. Dit kan de pomp 
    overbelasten en de componenten van de pomp 
    beschadigen.
    • Neem contact op met uw dealer voor het kiezen van 
    de juist kettingolie.
    !
    WAARSCHUWING! Zorg steeds voor een 
    goede ventilatie bij het vullen en 
    hanteren van brandstof.Benzine, liter Tweetaktolie, liter
    2% (1:50) 3% (1:33)
    5 0,10 0,15
    10 0,20 0,30
    15 0,30 0,45
    20 0,40 0,60 
    						
    							BRANDSTOFHANTERING
    70 – Dutch1155296-38 Rev.1 2012-11-19
    Tanken
    Maak de dop van de tank en de directe omgeving goed 
    schoon. Maak de brandstof- en kettingolietanks 
    regelmatig schoon. Het brandstoffilter moet minstens één 
    keer per jaar vervangen worden. Verontreinigingen in de 
    tank kunnen defecten veroorzaken. Zorg ervoor dat de 
    brandstof goed gemengd is door de jerrycan voorzichtig 
    te schudden voor u de tank vult. De volumes van de 
    kettingolie- en brandstoftanks zijn goed op elkaar 
    afgestemd. Vul daarom de kettingolie- en de 
    brandstoftank altijd op hetzelfde tijdstip. (43)
    Brandstofveiligheid
    • Tank nooit wanneer de motor van de machine loopt.
    • Zorg voor een goede ventilatie tijdens het tanken en 
    het mengen van brandstof (benzine en 2-takt olie).
    • Verplaats de machine ten minste 3 m van de 
    tankplaats voor u de motor start.
    • Start de machine nooit:
    1 Als u brandstof of kettingolie op de machine heeft 
    gemorst. Neem alle gemorste brandstof af en laat de 
    benzineresten verdampen.
    2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst 
    heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen 
    die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik 
    water en zeep.3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop 
    en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage.
    Transport en opbergen
    • Berg de motorkettingzaag en de brandstof zo dat 
    eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen 
    komen met vonken of vlammen. Bijvoorbeeld 
    elektrische machines, elektrische motoren, 
    stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
    • De brandstof moet in daarvoor bedoelde en 
    goedgekeurde tanks worden bewaard.
    • Bij opslag van langere duur en transport van de 
    motorkettingzaag moeten de brandstof- en 
    zaagkettingolietanks worden geleegd. Vraag bij uw 
    tankstation of de gemeente waar u de afgetapte 
    brandstof en kettingolie kwijt kan.
    • De transportbescherming van de snij-uitrusting moet 
    tijdens transport of opslag van de machine altijd 
    aangebracht zijn, om abusievelijk contact met de 
    scherpe ketting te vermijden. Ook een ketting die niet 
    beweegt, kan ernstig letsel toebrengen aan de 
    gebruiker of andere personen, die de ketting 
    aanraken.
    • Verwijder het ontstekingsmechanisme van de bougie. 
    Activeer de kettingrem.
    • Zet de machine vast tijdens transport.
    Opslag voor lange tijd
    Leeg de brandstof- en olietanks op een goed 
    geventileerde plaats. Bewaar de brandstof in 
    goedgekeurde jerrycans op een veilige plaats. Monteer 
    de zaagbladbescherming. Maak de machine schoon. Zie 
    instructies in het hoofdstuk Onderhoudsschema.
    Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en 
    dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange 
    periode van stalling.
    !
    WAARSCHUWING! Om het risico op 
    brand te verminderen, moet u de 
    volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
    Rook niet en plaats ook geen warm 
    voorwerp in de buurt van de brandstof.
    Stop de motor en laat hem voor het 
    tanken enkele minuten afkoelen.
    Open de dop van de tank voorzichtig 
    wanneer u wilt tanken zodat eventuele 
    overdruk langzaam verdwijnt.
    Draai de dop van de tank goed vast na 
    het tanken.
    Haal de machine altijd weg van de 
    tankplaats en -bron voordat u hem start.
    !
    WAARSCHUWING! Brandstof en 
    brandstofdampen zijn uiterst 
    brandgevaarlijk. Wees voorzichtig bij het 
    hanteren van brandstof en kettingolie. 
    Vergeet het brand-, explosie- en 
    inademingsgevaar niet.
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik nooit een 
    machine met zichtbare beschadigingen 
    aan bougiebescherming en 
    ontstekingskabel. Er bestaat een risico 
    van vonkvorming, wat brand kan 
    veroorzaken. 
    						
    All Husqvarna manuals Comments (0)

    Related Manuals for Husqvarna 135 X Torq Manual