Home > Husqvarna > Chainsaw > Husqvarna 236 Xtorq Manual

Husqvarna 236 Xtorq Manual

    Download as PDF Print this page Share this page

    Have a look at the manual Husqvarna 236 Xtorq Manual online for free. It’s possible to download the document as PDF or print. UserManuals.tech offer 35 Husqvarna manuals and user’s guides for free. Share the user manual or guide on Facebook, Twitter or Google+.

    Page
    of 464
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 4111154212-26 Rev.3 2012-02-22
    motorzagen. We zijn u graag van dienst om u adviezen te 
    geven, die u helpen uw motorzaag op een betere en 
    veiliger manier te gebruiken. Volg een opleiding in het 
    gebruik van motorzagen. Uw dealer, bosbouwschool of uw 
    bilbiotheek kunnen u vertellen welk opleidingsmateriaal en 
    welke cursussen beschikbaar zijn.  Er wordt voortdurend 
    gewerkt aan het verbeteren van design en techniek - 
    verbeteringen waardoor uw veiligheid en effectiviteit 
    toenemen. Breng regelmatig een bezoek aan uw dealer 
    om te zien welk nut u kunt hebben van de noviteiten die 
    worden geïntroduceerd. 
    Persoonlijke 
    veiligheidsuitrusting
    •Goedgekeurde veiligheidshelm
    • Gehoorbeschermers
    • Veiligheidsbril of vizier
    • Handschoenen met zaagbescherming
    • Broeken met zaagbescherming
    • Laarzen met zaagbescherming, stalen neus en anti-slip  z
     ool
    • U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
    • Brandblusser en spa
    Verder moet de kleding goed aansluiten zonder u in uw 
    be
     wegingen te belemmeren.
    Veiligheidsuitrusting van de 
    machine
    In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de 
    veiligheidsonderdelen van de machine zijn, en hun functie. 
    Voor controle en onderhoud zie de instructies in het 
    hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de 
    veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Zie de instructies 
    in het hoofdstuk Wat is wat?, om te zien waar deze 
    onderdelen zich bevinden op uw machine.
    De levensduur van de machine kan worden verkort en het 
    r
     isico van ongelukken kan toenemen wanneer het 
    onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt 
    uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet  vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig 
    heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de 
    dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
    Kettingrem met terugslagbeveiliging
    Uw motorzaag is voorzien van een kettingrem, die de 
    ketting in geval van terugslag stopt. Een kettingrem 
    vermindert het risico op ongevallen, maar alleen u als 
    gebruiker kunt ze voorkomen.
    Wees voorzichtig wanneer u de motorkettingzaag gebruikt 
    en z
     org ervoor dat de terugsslagrisico-sector van het 
    zaagblad nooit in contact komt met een voorwerp
     (45).
    • De kettingrem (A) wordt of handmatig geactiveerd (via  uw link erhand) of met het traagheidsmechanisme.(3)•Wordt geactiveerd, wanneer de terugslagbeveiliging (B) 
    naar voren wordt gebracht of de rechterhandrem (E) 
    naar voren/omhoog wordt gebracht (240e TrioBrake). 
    (3)•Deze beweging activeert een met een veer gespannen 
    mechanisme dat de remvoering (C) rond het 
    kettingaandrijvingssysteem van de motor (D) 
    (koppelingtrommel) spant. 
    (4)•De terugslagbeveiliging werd niet alleen geconstrueerd 
    om de kettingrem te activeren. Een andere belangrijke 
    functie is dat ze het risico vermindert dat de linkerhand 
    de ketting raakt  wanneer men de greep op het voorste 
    handvat verliest.
    • De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de  motorzaag star
     t, om te voorkomen dat de ketting draait.
    • Gebruik de kettingrem als parkeerrem bij starten en bij  k
     ortere verplaatsingen, om ongelukken te voorkomen 
    waarbij gebruikers of omgeving onvrijwillig in contact 
    komen met een bewegende zaagketting.
    • De ketting wordt ontkoppeld door de  ter
     ugslagbeveiliging naar achter te duwen, naar het 
    voorste handvat.
    • Een terugslag kan bliksemsnel gebeuren en erg  kr
     achtig zijn. Meestal is de terugslag erg licht en wordt 
    de kettingrem niet altijd geactiveerd. In die gevallen is 
    het belangrijk dat men de motorkettingzaag stevig 
    vasthoudt en niet laat vallen.
    • Hoe de kettingrem geactiveerd wordt, manueel of via  het tr
     aagheidsmechanisme, wordt bepaald door de 
    sterkte van de terugslag en door de positie van de 
    motorkettingzaag in verhouding tot het voorwerp 
    waarmee de terugslagrisico-sector in contact komt.
    Bij hevige terugslag en wanneer de terugslagrisico-
    sector van de motorkettingzaag zich zo ver mogelijk van 
    de gebruiker bevindt, is de kettingrem zo 
    geconstrueerd, dat hij wordt geactiveerd via het 
    tegenwicht van de kettingrem (traagheid) in de 
    terugslagrichting.
    !
    WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte 
    van de ongevallen met 
    motorkettingzagen gebeurt wanneer de 
    ketting de gebruiker raakt. Bij al het 
    gebruik van de machine moet 
    goedgekeurde persoonlijke 
    beschermingsuitrusting gebruikt 
    worden. Persoonlijke 
    beschermingsuitrusting elimineert de 
    risico’s niet, maar vermindert het 
    schadelijk effect in geval van een 
    ongeval. Vraag uw dealer om raad 
    wanneer u uw uitrusting koopt.
    BELANGRIJK! Er kunnen vonken komen van de 
    geluiddemper, zaagblad en ketting of een andere bron. 
    Houd altijd een hulpmiddel voor brandblussen 
    beschikbaar, voor het geval u ze nodig mocht hebben. 
    Op die manier helpt u bosbranden voorkomen.
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik de machine 
    nooit wanneer de veiligheidsuitrusting 
    defect is. De veiligheidsuitrusting moet 
    worden gecontroleerd en onderhouden. 
    Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Controle, onderhoud en service van de 
    veiligheidsuitrusting van de motorzaag. 
    Als uw machine niet door alle controles 
    komt, moet u ermee naar uw 
    servicewerkplaats voor reparatie. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    412 – Dutch1154212-26 Rev.3 2012-02-22
    Bij minder hevige terugslag en wanneer de 
    terugslagrisico-sector van de motorkettingzaag zich 
    dichter bij de gebruiker bevindt, wordt de kettingrem 
    manueel geactiveerd met de linkerhand.
    • Bij velstand is de linkerhand in een stand, waardoor het  onmogelijk is de k
     ettingtem handmatig te activeren. Bij 
    deze greep, d.w.z. wanneer de linkerhand zo geplaatst 
    is dat ze de beweging van de terugslagbeveiliging niet 
    kan beïnvloeden, kan de kettingrem uitsluitend 
    geactiveerd worden via het traagheidsmechanisme. 
    Zal mijn hand de kettingrem bij terugslag 
    altijd activeren?
    Nee. Er is een zekere kracht voor nodig om de 
    terugslagbeveiliging naar voren te bewegen. Als uw hand 
    de terugslagbeveiliging slechts licht beroer t of eroverheen 
    gaat, kan het gebeuren dat de kracht niet voldoende groot 
    is om de kettingrem te activeren. Ook wanneer u werkt, 
    moet u de handgrepen van de motorzaag stevig beet 
    houden. Als u dat doet en u krijgt terugslag, laat u 
    misschien nooit uw hand los van de voorhandgreep en 
    activeert u de kettingrem niet, of de kettingrem wordt pas 
    geactiveerd wanneer de zaag al eventjes heeft kunnen 
    rondslingeren. In zo’n situatie kan het voorkomen dat de 
    kettingrem de ketting niet kan stoppen voor deze u raakt. 
    Er zijn ook bepaalde werkhoudingen waardoor uw hand 
    niet bij de ter
     ugslagbeveiliging kan om de kettingrem te 
    activeren, bijv. wanneer de zaag in velpositie wordt 
    gehouden.
    Zal de kettingrem altijd door de traagheid 
    worden geactiveerd, wanneer terugslag 
    optreedt?
    Nee. Ten eerste moet uw rem functioneren. Het is 
    makkelijk de rem te testen, zie de instructies in het 
    hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de 
    veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Wij raden aan dat 
    u dit doet, iedere keer voor u begint te werken. Ten tweede 
    moet de terugslag voldoende sterk zijn om de kettingrem 
    te activeren. Als de kettingrem gevoelig zou zijn, zou deze 
    voortdurend worden geactiveerd, wat lastig zou zijn.
    Zal de kettingrem me altijd beschermen 
    tegen letsel als terugslag voorkomt?
    Nee. Ten eerste moet uw rem functioneren om de 
    bedoelde bescherming te geven. Ten tweede moet hij zo 
    worden geactiveerd als hierboven beschreven, om de 
    zaagketting bij terugslag te stoppen. Ten derde kan de 
    kettingrem worden geactiveerd, maar wanneer het 
    zaagblad te dicht bij u is, kan het gebeuren dat de rem niet 
    op tijd afgeremd is om de ketting te stoppen voor de 
    motorzaag u raakt.
    Alleen uzelf en een juiste arbeidstechniek kunnen 
    terugslag en de bijbehorende risico’s elimineren.
    Gashendelvergrendeling
    De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om 
    onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. 
    Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt 
    gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de 
    gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat 
    loslaat, gaan zowel de gashendel als de  gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke 
    beginposities. Deze positie houdt in dat de gashendel 
    automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien. 
    (5)
    Kettingvanger
    De kettingvanger is geconstrueerd om een losgeraakte of 
    gebarsten ketting op te vangen. Dit kan meestal 
    voorkomen worden door de ketting juist aan te spannen 
    (zie instructies in het hoofdstuk Monteren) en voor goed 
    onderhoud en service van het zaagblad en de ketting te 
    zorgen (zie de instructies in het hoofdstuk Algemene 
    werkinstructies).
    Rechterhandbescherming
    De rechterhandbescherming moet er behalve de hand 
    beschermen wanneer de ketting losraakt of breekt, ook 
    voor zorgen dat de takken en twijgen de grip op het 
    achterste handvat niet beïnvloeden.
    Trillingdempingssysteem
    Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem 
    dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel 
    mogelijk met de zaag te kunnen werken.
    Het trillingdempingssysteem van de machine reduceer t 
    het o
     verbrengen van de trillingen van de motoreenheid/
    snijuitrusting op de handvateenheid van de machine. Het 
    motorzaaghuis inclusief de snijuitrusting is via een 
    zogenaamd trillingdempend element opgehangen in de 
    handvateenheid.
    Zagen in een harde houtsoor t (de meeste loofbomen) 
    v
     eroorzaakt meer trillingen dan zagen in een zachte 
    houtsoort (de meeste naaldbomen). Zagen met een botte 
    of verkeerde snijuitrusting (verkeerd type of verkeerd 
    geslepen) verhoogt het trillingniveau.
    Stopschakelaar
    De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit 
    te schakelen.
    !
    WAARSCHUWING! Als men teveel wordt 
    blootgesteld aan trillingen, kan dit tot 
    bloedvat- en zenuwbeschadigingen 
    leiden bij personen die een slechte 
    bloedcirculatie hebben. Consulteer uw 
    dokter wanneer u symptomen heeft die 
    wijzen op te grote blootstelling aan 
    trillingen. Voorbeelden van zulke 
    symptomen zijn slapen, geen gevoel, 
    ”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen 
    of minder kracht, huidverkleuringen of 
    veranderingen van het huidoppervlak. 
    Deze symptomen komen meestel voor 
    op vingers, handen of polsen. Deze 
    symptomen kunnen toenemen bij koude 
    temperaturen. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 4131154212-26 Rev.3 2012-02-22
    Geluiddemper
    De geluiddemper is gemaakt om het geluidsniveau te 
    reduceren en de uitlaatgassen van de motor van de 
    gebruiker weg te leiden.
    In gebieden met een warm en droog klimaat kan het risico 
    v
     an branden erg groot zijn. Het komt voor dat deze 
    gebieden gereguleerd worden met wetgeving, die vereist 
    dat de geluiddemper onder andere uitgerust moet zijn met 
    een goedgekeurd vonkenopvangnet (A). 
    (6)
    Snijuitrusting
    In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste 
    onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te 
    gebruiken:
    • Het terugslagrisico van uw machine reduceer t.
    • Vermindert het risico op losraken en barsten van de  k
     etting.
    • Bereikt optimale snijprestaties.
    • De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
    • Voorkomt toename van trillingsniveau.
    Basisregels
    •Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen 
    snijuitrusting!  Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Technische gegevens.
    •
    Zorg ervoor dat de tanden van de ketting goed en 
    juist geslepen zijn!  Volg onze instructies en gebruik 
    de aanbevolen vijlmal.
     Een verkeerd geslepen of 
    beschadigde ketting verhoogt het risico op ongevallen.
    •
    Zorg ervoor dat de tanddiepte juist is! Volg onze 
    instructies en gebruik de aanbevolen 
    dieptestellermal.
     Als de tanddiepte te groot is, 
    verhoogt dit het risico op terugslag. •
    Hou de ketting gestrekt!  Als de ketting niet voldoende 
    gestrekt is, neemt het risico toe dat de ketting losraakt 
    en de slijtage van zaagblad, ketting en kettingwiel 
    neemt toe.
    •
    Zorg ervoor dat de snijuitrusting voldoende 
    gesmeerd is en onderhoud ze op de juiste manier!  
    Als de ketting niet voldoende gesmeerd wordt, neemt 
    het risico op barsten toe en verhoogt de slijtage van 
    zaagblad, ketting en kettingwiel.
    Snijuitrusting die het risico op terugslag 
    vermindert
    Terugslag kan alleen voorkomen worden doordat u er als 
    gebruiker voor zorgt dat de terugslagrisico-sector van het 
    zaagblad nooit in contact komt met een voorwerp.
    Door snijuitrusting met een ”ingebouwde” 
    ter
     ugslagreductie te gebruiken en door de ketting correct 
    te slijpen en te onderhouden kan het effect van een 
    terugslag gereduceerd kan worden.
    Zaagblad
    Hoe kleiner de neusradius, hoe minder neiging tot 
    terugslag.
    Ketting
    Een ketting bestaat uit een aantal verschillende schakels 
    die leverbaar zijn in standaarduitvoering en in een 
    uitvoering die het risico op terugslag reduceert.
    Een aantal uitdrukkingen die de specificaties van het 
    zaagblad en de ketting aangeven.
    Om alle veiligheidsonderdelen op de snijuitrusting te 
    behouden, moet u versleten of beschadigde zaagblad-/
    kettingcombinaties vervangen door een zaagblad en 
    ketting die Husqvarna aanbeveelt. Zie de instructies in het 
    hoofdstuk Technische gegeevns voor informatie welke 
    zaagblad-/kettingcombinaties we aanbevelen. 
    Zaagblad
    •Lengte (duim/cm)
    • Aantal tanden in het neuswiel (T). 
    • Kettingsteek (=pitch) (duim). Het neuswiel van het  zaagblad en het kettingaandrijftandwiel van de 
    motorkettingzaag moeten aangepast zijn aan de 
    afstand tussen de aandrijfschakels. Aantal 
    !
    WAARSCHUWING! De uitlaatgassen van 
    de motor zijn heet en kunnen vonken 
    bevatten die brand kunnen veroorzaken. 
    Start de machine daarom nooit 
    binnenshuis of in de buurt van licht 
    ontvlambaar materiaal!
    N.B.! De geluiddemper wordt zeer heet, zowel tijdens 
    het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook bij 
    stationair draaien. Wees oplettend op brandgevaar, 
    vooral bij hantering vlakbij brandgevaarlijke stoffen en/
    of gassen.
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik de 
    motorzaag nooit zonder of met een 
    kapotte geluiddemper. Door een kapotte 
    geluiddemper kunnen het geluidsniveau 
    en het risico van brand aanzienlijk 
    toenemen. Hou gereedschap voor 
    brandblussen bij de hand. Gebruik nooit 
    een motorzaag zonder of met een defect 
    vonkenopvangnet, als een 
    vonkenopvangnet verplicht is in uw 
    werkgebied.
    !
    WAARSCHUWING! Een verkeerde 
    snijuitrusting of een verkeerde zaagblad/
    kettingcombinatie verhoogt het risico op 
    terugslag! Gebruik uitsluitend de 
    zaagblad/kettingcombinaties die wij 
    aanbevelen, en volg de vijlinstructie. Zie 
    de instructies in het hoofdstuk 
    Technische gegevens.
    BELANGRIJK! Geen enkele zaagketting elimineert het 
    risico op terugslag.
    !
    WAARSCHUWING! Ieder contact met 
    een draaiende zaagketting kan ernstig 
    letsel veroorzaken. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    414 – Dutch1154212-26 Rev.3 2012-02-22
    aandrijfschakels (stuks). Elke zaagbladlengte levert in 
    combinatie met de kettingsteek en het aantal tanden 
    van het neuswiel een bepaald aantal aandrijfschakels 
    op.
    • Zaagbladgroefbreedte (duim/mm). De breedte van de  zaagb
     ladgroef moet aangepast zijn aan de 
    aandrijfschakelbreedte van de ketting.
    • Kettingolie-opening en opening voor  k
     ettingstrekkerpen. Het zaagblad moet aangepast zijn 
    aan de constructie van de motorkettingzaag.
    Ketting•Kettingsteek (=pitch) (duim)
    • Aandrijfschakel-breedte (mm/duim)
    • Aantal aandrijfschakels (stuks)
    Slijpen en afstellen van de tanddiepte 
    van de ketting
    Algemeen met betrekking tot het slijpen van de tanden•Zaag nooit met een botte ketting. De ketting is bot 
    wanneer u de snijuitrusting door de boom moet drukken 
    en wanneer de houten spaanders erg klein zijn. Met een 
    zeer botte ketting zijn er zelfs helemaal geen 
    spaanders. Dan krijgt men alleen houtpoeder.
    • Een goed geslepen ketting eet zich door het hout en  geeft houten spaanders die g
     root en lang zijn.
    • De zagende delen van een ketting worden  zaagschak
     els genoemd en bestaan uit een snijtand (A) 
    en een dieptestellernok (B). Het verschil in hoogte 
    tussen deze beide bepaalt de snijdiepte. 
    (7)Bij het slijpen van snijtanden moet men rekening houden 
    met vier verschillende afmetingen.
    1 Vijlhoek
    2 Snijhoek
    3 Vijlpositie
    4 Diameter van de ronde vijl
    Het is erg moeilijk om zonder hulpmiddelen een ketting 
    correct te slijpen.
      Daarom raden we u aan onze vijlmal te 
    gebruiken. Die garandeert dat de ketting wordt geslepen 
    voor een optimale terugslagreductie en zaagcapaciteit.
    Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens 
    v
     oor de gegevens die van toepassing zijn bij het slijpen van 
    de ketting van uw motorzaag.
    Slijpen van de snijtand
    Om de snijtand te slijpen heeft u een ronde vijl en een vijlmal nodig. Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Technische gegevens met betrekking tot de diameter van 
    de ronde vijl en welke vijlmal wordt aanbevolen voor de 
    ketting van uw motorzaag. • Controleer of de ketting gestrekt is. Als de ketting niet 
    v
     oldoende gestrekt is, is ze zijdelings onstabiel 
    waardoor ze niet juist geslepen kan worden.
    • Vijl altijd van de binnenkant van de snijtand naar buiten  toe
     . Til de vijl op wanneer u naar de volgende tand gaat. 
    Vijl eerst alle tanden aan één kant, draai daarna de 
    motorzaag om en vijl de tanden van de andere kant.
    • Vijl zo dat alle tanden even lang zijn. Wanneer de lengte  v
     an de snijtand slechts 4 mm (0,16) bedraagt, is de 
    ketting versleten en moet ze vervangen worden. 
    (8)
    Algemeen betreffende het instellen van de snijdiepte (7)
    •Wanneer men de snijtanden (A) slijpt, vermindert de 
    tanddiepte (=snijdiepte) (C). Om de maximum 
    zaagcapaciteit te behouden, moet de dieptesteller nok 
    (B) verlaagd worden tot de aanbevolen hoogte. Zie de 
    instructies in het hoofdstuk Technische gegevens hoe 
    groot de tanddiepte moet zijn voor de ketting van uw 
    motorzaag.
    Afstelling van de tanddiepte
    •Wanneer de snijdiepte wordt afgesteld, moeten de 
    snijtanden net geslepen zijn. We raden aan de 
    snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt. 
    N.B.! Bij deze aanbeveling wordt ervan uitgegaan dat de 
    lengte van de snijtanden niet abnormaal afgevijld werd.
    • Om de snijdiepte in te stellen heeft u een platte vijl en  een dieptesteller
     mal nodig. We raden u aan onze vijlmal 
    voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste maat voor 
    de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok 
    te krijgen.
    • Leg de vijlmal over de zaagketting. Informatie over het  gebr
     uik van de vijlmal staat op de verpakking. Gebruik 
    de platte vijl om het overschot van het deel van de 
    dieptestellernok dat onder de mal uitkomt, weg te vijlen. 
    De snijdiepte is correct als u geen weerstand voelt 
    wanneer u de vijl over de mal haalt.
    Ketting strekken
    Hoe meer u de ketting gebruikt, hoe langer ze wordt. Het is 
    belangrijk dat u de snijuitrusting aan deze verandering 
    aanpast.
    Bij elke tankbeurt moet gecontroleerd worden of de ketting 
    voldoende gestrekt is. N.B.! Een nieuwe ketting vereist een 
    !
    WAARSCHUWING! Draag altijd 
    handschoenen tijdens het werken met 
    de ketting om uw handen tegen letsel te 
    beschermen.
    !
    WAARSCHUWING! Het niet volgen van 
    de slijpinstructies, verhoogt het 
    terugslagrisico van de ketting 
    aanzienlijk.
    !
    WAARSCHUWING! Een te grote 
    snijdiepte vergroot het terugslagrisico 
    van de ketting!
    !
    WAARSCHUWING! Een onvoldoende 
    gestrekte ketting kan resulteren in het 
    losraken van de ketting wat tot ernstige 
    en zelfs dodelijke verwondingen kan 
    leiden.
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik altijd 
    goedgekeurde 
    veiligheidshandschoenen. Ook een 
    ketting die niet beweegt, kan ernstig 
    letsel toebrengen aan de gebruiker of 
    andere personen, die de ketting 
    aanraken. 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 4151154212-26 Rev.3 2012-02-22
    inrijperiode gedurende dewelke men vaker moet 
    controleren of de ketting voldoende gestrekt is.
    Algemeen geldt dat de ketting zo hard mogelijk gestrekt 
    moet w
     orden, maar niet harder dan dat men ze manueel 
    rond kan draaien. 
    (9)
    •Maak de knop los door deze uit te klappen. (10)
    •Draai de knop tegen de klok in om de de kap van het 
    zaagblad los te maken. (11)
    •Stel de spanning van de ketting af door het wiel naar 
    beneden (+) te draaien voor meer spanning en omhoog 
    (-) voor minder spanning. Til de tip van het zaagblad op 
    wanneer u de kettingspanning afstelt. 
    (12)
    •Zet de zaagbladkoppeling vast door het kettingspanwiel 
    met de klok mee te draaien terwijl u de tip van het 
    zaagblad omhoog houdt. 
    (13)
    •Klap de knop terug om de spanning vast te zetten. (14)
    Snijuitrusting smeren
    Zaagkettingolie
    Zaagkettingolie moet een goede hechting aan de 
    motorzaagketting en tevens goede vloei-eigenschappen 
    hebben, of het nu een warme zomer of een koude winter is.
    Als fabrikant van motorkettingzagen hebben wij een 
    optimale zaagk
     ettingolie ontwikkeld die door zijn 
    plantaardige basis bovendien biologisch afbreekbaar is. 
    Wij raden het gebruik van onze olie aan voor zowel een 
    maximale levensduur van de motorzaagketting als voor 
    behoud van het milieu. Als onze zaagkettingolie niet 
    verkrijgbaar is, bevelen wij gewone zaagkettingolie aan.
    Gebruik nooit afvalolie!  Deze is schadelijk voor uzelf, 
    voor de machine en het milieu.
    Kettingolie bijvullen
    •Al onze motorkettingzaagmodellen hebben 
    automatische kettingsmering. Een aantal modellen is 
    ook leverbaar met verstelbare oliestroom.
    • De tank voor de kettingolie en de brandstoftank zijn zo  gedimensioneerd dat de br
     andstof op is voordat de 
    kettingolie op is.
    Deze veiligheidsfunctie vereist echter wel dat men de 
    juiste k
     ettingolie gebruikt (met te dunne en 
    dunvloeiende olie raakt de kettingolietank leeg voor de 
    brandstof op is), dat men onze aanbevelingen met 
    betrekking tot de carburateurinstelling volgt (met een te 
    ”magere” instelling gaat de brandstof langer mee dan de 
    kettingolie) en dat men onze aanbevelingen met 
    betrekking tot de snijuitrusting volgt (een te lang 
    zaagblad heeft meer kettingolie nodig). 
    Controle van de kettingsmering
    •Controleer bij elke tankbeurt de kettingsmering. Zie de 
    instructies in het hoofdstuk Smeren van het neuswiel 
    van het zaagblad.
    Hou de zaagbladpunt op ca. 20 cm (8 duim) op een vast 
    licht v
     oorwerp gericht. Na 1 minuut draaien met 3/4 gas 
    geven, moet er een duidelijke olierand te zien zijn op het 
    lichte voorwerp.
    Als de kettingsmering niet werkt:
    • Controleer of het kettingoliekanaal van het zaagblad  open is
     . Maak schoon indien nodig.
    • Controleer of de zaagbladgroef schoon is. Maak schoon  indien nodig.
    • Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepel  dr
     aait en of de smeeropening van het neuswiel open is. 
    Maak schoon en smeer indien nodig.
    Als de kettingsmering niet werkt na de bovenstaande 
    controles en de bijbehorende maatregelen, moet u de 
    motor
    
    kettingzaag naar uw servicewerkplaats brengen.
    Kettingaandrijftandwiel
    De koppelingstrommel is voorzien van een Spur-tandwiel 
    (kettingtandwiel dat op de trommel is gesoldeerd).
    Controleer regelmatig het slijtageniveau van het 
    k
     ettingaandrijf-tandwiel. Vervang het als het abnormaal 
    versleten is. Het kettingaandrijf-tandwiel moet vervangen 
    worden telkens men de ketting vervangt.
    Slijtagecontrole van de snijuitrusting
    Controleer de ketting dagelijks:
    • Of er zichtbare barsten in klinken en schakels zijn.
    • Of de ketting stijf is.
    • Of klinken en schakels abnormaal versleten zijn.
    Gooi de zaagketting weg als deze een of enkele van 
    bo
     venstaande punten vertoont.
    We raden aan een nieuwe zaagketting te gebruiken om de 
    slijtage v
     an de ketting die u gebruikt te controleren.
    Wanneer de lengte van de snijtanden slechts 4 mm 
    bedr
     aagt, is de ketting versleten en moet ze vervangen 
    worden.
    Zaagblad
    Controleer regelmatig:
    •Of er braam zit op de buitenzijden van het zaagblad. Vijl 
    weg indien nodig. (15)
    •Of de zaagbladgroef abnormaal versleten is. Vervang 
    het zaagblad indien nodig. (16)
    •Als de zaagbladneus abnormaal of ongelijkmatig 
    versleten is. Als er een ”holte” ontstaat in waar de radius 
    van de zaagbladneus ophoudt, was de ketting niet 
    voldoende gestrekt.
    • Voor een zo lang mogelijke levensduur moet het  zaagb
     lad elke dag omgedraaid worden.
    !
    WAARSCHUWING! Onvoldoende smeren 
    van de snijuitrusting kan een breuk van 
    de ketting veroorzaken wat tot ernstige 
    en zelfs dodelijke verwondingen kan 
    leiden.
    BELANGRIJK! Bij gebruik van plantaardige kettingolie, 
    moet u de zaagketting demonteren en ketting en 
    zaagbladgleuf schoonmaken, voor u ze lange tijd 
    opbergt. Anders bestaat het risico dat de kettingolie 
    oxideert, wat ertoe leidt dat de zaagketting stijf wordt 
    en het neuswiel van het zaagblad aanloopt.  
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    416 – Dutch1154212-26 Rev.3 2012-02-22
    Monteren van zaagblad en 
    ketting
    Controleer of de kettingrem ontkoppeld is door de 
    terugslagbeveiliging van de kettingrem naar de voorste 
    handvatbeugel te duwen.
    Verwijder de knop en verwijder de kap van de koppeling 
    (k
     ettingrem). Haal de transportring weg (A). (17)
    Monteer het zaagblad over de zaagbladbouten. Plaats het 
    zaagblad in de achterste stand. Plaats de ketting over het 
    kettingaandrijftandwiel en in de zaagbladgroef. Begin aan 
    de bovenkant van het zaagblad. 
    (18)
    Controleer of de randen van de motorzaagschakels op de 
    bovenkant van het zaagblad naar voren zijn gericht.
    Monteer het koppelingdeksel (de kettingrem) en zoek de 
    k
     ettingafstelpen in de opening van het zaagblad. 
    Controleer of de aandrijfschakels van de ketting op het  kettingtandwiel passen en of de ketting juist in de groef van 
    het zaagblad zit. 
    (19)
    Breng de ketting op spanning door het wiel naar beneden 
    te draaien (+). De ketting moet zover gespannen zijn dat ze 
    aan de onderkant van het zaagblad niet doorzakt. 
    (12)
    De ketting is correct gespannen wanneer ze aan de 
    onderkant van het zwaard niet doorzakt, maar nog wel 
    makkelijk met de hand bewogen kan worden. Houd de 
    neus van het zwaard omhoog en zet de zwaardkoppeling 
    vast door de knop tegen de klok in te draaien. 
    (13)
    Op een nieuwe ketting moet de kettingspanning vaak 
    gecontroleerd worden tot de ketting goed ”ingelopen” is. 
    Controleer regelmatig de kettingspanning. Correct 
    aangespannen kettingen geven goede bedrijfsprestaties 
    en hebben een lange levensduur. 
    (20)
    Monteren van schorssteun
    Voor het monteren van een schorssteun – neem contact op 
    met uw servicewerkplaats.
    Brandstof
    Let op! Uw machine is uitgerust met een tweetaktmotor; 
    gebruik steeds een mix van benzine met tweetaktolie. Om 
    zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is het erg 
    belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig 
    afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden mengt, 
    hebben zelfs kleine afwijkingen van de juiste 
    oliehoeveelheid een grote invloed op de mengverhouding.
    Benzine
    •Gebruik loodvrije of gelode benzine van een hoge 
    kwaliteit.
    • Het aanbevolen laagste octaangetal is 90 (RON). Indien  u de motor gebr
     uikt met benzine met een lager 
    octaangetal dan 90, kan het zogenaamde pingelen 
    voorkomen. Dit leidt tot een hogere motor temperatuur 
    en hogere belasting van de lagers, wat ernstige schade 
    aan de motor kan veroorzaken.
    • Als men voortdurend met een hoog toerental werkt (b.v.  snoeien) is het aan te raden een hoger octaangehalte te 
    gebr
    
    uiken.
    InlopenGedurende lange tijd op hoge toeren werken, dient 
    gedurende de eerste 10 uur te worden vermeden.
    Tweetaktolie•Voor de beste resultaten en prestaties, moet u 
    HUSQVARNA tweetaktolie gebruiken, die speciaal 
    wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde 
    tweetaktmotoren. 
    • Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor  w
     atergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde 
    outboardoil (aangeduid met TCW).
    • Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
    • Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/ brandstofmengsel kan de functie van de katalysator op 
    het spel zetten en de levensduur verminderen.
    !
    WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte 
    van de ongevallen met 
    motorkettingzagen gebeurt wanneer de 
    ketting de gebruiker raakt.
    Draag altijd persoonlijke 
    veiligheidsuitrusting. Zie instructies in 
    het hoofdstuk Persoonlijke 
    veiligheidsuitrusting.
    Voer geen taken uit waarvoor u zich niet 
    voldoende gekwalificeerd acht. Zie 
    instructies in de hoofdstukken 
    Persoonlijke veiligheidsuitrusting, 
    Maatregelen om terugslag te voorkomen, 
    Snijuitrusting en Algemene 
    werkinstructies.
    Voorkom situaties waar risico op 
    terugslag bestaat. Zie instructies in het 
    hoofdstuk Veiligheidsuitrusting voor de 
    machine.
    Gebruik de aanbevolen snijuitrusting en 
    controleer de conditie waarin ze zich 
    bevindt. Zie instructies in het hoofdstuk 
    Algemene werkinstructies.
    Controleer de werking van de 
    veiligheidsonderdelen van de 
    motorkettingzaag. Zie instructies in de 
    hoofdstukken Algemene werkinstructies 
    en Algemene veiligheidsinstructies.
    !
    WAARSCHUWING! Controle en/of 
    onderhoud moeten worden uitgevoerd 
    als de motor uit staat. De stopschakelaar 
    gaat automatisch terug naar startstand. 
    Om een ongewenste start te voorkomen, 
    moet de bougiekap altijd van de bougie 
    worden gehaald bij montage, controle 
    en/of onderhoud.
    Draag altijd handschoenen tijdens het 
    werken met de ketting om uw handen 
    tegen letsel te beschermen.
    !
    WAARSCHUWING! Zorg steeds voor een 
    goede ventilatie bij het vullen en 
    hanteren van brandstof.
    ALGEMENE VEILIGHEIDINSTRUCTIES / MONTEREN / 
    BRANDSTOFHANTERING 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    Dutch – 4171154212-26 Rev.3 2012-02-22
    Mengverhouding1:50 (2%) met HUSQVARNA tweetaktolie.
    1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede 
    tw eetaktmotoren, geklassificeerd voor JASO FB/ISO EGB.
    Mengen•Meng de benzine en olie altijd in een schone jerr ycan 
    die goedgekeurd is voor benzine.
    • Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd  moet w
     orden erin te gieten. Giet er daarna de gehele 
    oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het 
    brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid 
    benzine bij.
    • Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de  br
     andstoftank van de machine vult.
    •Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is.•Als u de machine gedurende een langere tijd niet 
    gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem 
    schoonmaken.
    Kettingolie
    •Als smeermiddel raden we een speciale olie aan 
    (kettingsmeerolie) met goede adhesie.
    • Gebruik nooit gebruikte olie. Dit kan de oliepomp, het  zaagb
     lad en de ketting beschadigen.
    • Het is belangrijk het juiste olietype te gebruiken in  v
     erhouding tot de luchttemperatuur (juiste viscositeit).
    • Bij temperaturen onder 0
    °C worden bepaalde 
    oliesoorten minder visceus. Dit kan de pomp 
    overbelasten en de componenten van de pomp 
    beschadigen.
    • Neem contact op met uw dealer voor het kiezen van de  juist k
     ettingolie.
    Tanken
    Maak de dop van de tank en de directe omgeving goed 
    schoon. Maak de brandstof- en kettingolietanks regelmatig 
    schoon. Het brandstoffilter moet minstens één keer per 
    jaar vervangen worden. Verontreinigingen in de tank  kunnen defecten veroorzaken. Zorg ervoor dat de 
    brandstof goed gemengd is door de jerr ycan voorzichtig te 
    schudden voor u de tank vult. De volumes van de 
    kettingolie- en brandstoftanks zijn goed op elkaar 
    afgestemd. Vul daarom de kettingolie- en de brandstoftank 
    altijd op hetzelfde tijdstip.
    Brandstofveiligheid
    •Tank nooit wanneer de motor van de machine loopt.
    • Zorg voor een goede ventilatie tijdens het tanken en het  mengen v an brandstof (benzine en 2-takt olie).
    • Verplaats de machine ten minste 3 m van de tankplaats  v
     oor u de motor start.
    • Start de machine nooit:
    1 Als u brandstof of kettingolie op de machine heeft  gemorst.
      Neem alle gemorste brandstof af en laat de 
    benzineresten verdampen.
    2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft,  trek schone kleding aan.
      Was de lichaamsdelen die in 
    contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en 
    zeep.
    3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop  en de br
     andstofleidingen regelmatig op lekkage.
    Transport en opbergen
    •Berg de motorkettingzaag en de brandstof zo dat 
    eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen 
    komen met vonken of vlammen. Bijvoorbeeld 
    elektrische machines, elektrische motoren, 
    stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
    • De brandstof moet in daarvoor bedoelde en  goedgek
     eurde tanks worden bewaard.
    • Bij opslag van langere duur en transport van de  motor
     kettingzaag moeten de brandstof- en 
    zaagkettingolietanks worden geleegd. Vraag bij uw 
    tankstation of de gemeente waar u de afgetapte 
    brandstof en kettingolie kwijt kan.
    • Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en  dat een v
     olledige servicebeurt is gegeven voor een 
    lange periode van stalling.
    • De transportbescherming van de snij-uitrusting moet  tijdens tr
     ansport of opslag van de machine altijd 
    aangebracht zijn, om abusievelijk contact met de 
    scherpe ketting te vermijden. Ook een ketting die niet 
    beweegt, kan ernstig letsel toebrengen aan de 
    gebruiker of andere personen, die de ketting aanraken.
    • Zet de machine vast tijdens transport.
    Opslag voor lange tijd
    Leeg de brandstof- en olietanks op een goed geventileerde 
    plaats. Bewaar de brandstof in goedgekeurde jerrycans op 
    een veilige plaats. Monteer de zaagbladbescherming. 
    Benzine, liter Tweetaktolie, liter
    2% (1:50) 3% (1:33)
    50,100,15100,200,30150,300,45200,400,60
    !
    WAARSCHUWING! Om het risico op 
    brand te verminderen, moet u de 
    volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
    Rook niet en plaats ook geen warm 
    voorwerp in de buurt van de brandstof.
    Stop de motor en laat hem voor het 
    tanken enkele minuten afkoelen.
    Open de dop van de tank voorzichtig 
    wanneer u wilt tanken zodat eventuele 
    overdruk langzaam verdwijnt.
    Draai de dop van de tank goed vast na 
    het tanken.
    Verwijder de machine steeds van de 
    tankplaats, voor u de motorzaag start.
    !
    WAARSCHUWING! Brandstof en brand-
    stofdampen zijn uiterst brandgevaarlijk. 
    Wees voorzichtig bij het hanteren van 
    brandstof en kettingolie. Vergeet het brand-
    , explosie- en inademingsgevaar niet.
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik nooit een 
    machine met zichtbare beschadigingen 
    aan bougiebescherming en ontstekings-
    kabel. Er bestaat een risico van vonkvor-
    ming, wat brand kan veroorzaken.
    BRANDSTOFHANTERING 
    						
    							ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
    418 – Dutch1154212-26 Rev.3 2012-02-22
    Maak de machine schoon. Zie instructies in het hoofdstuk 
    Onderhoudsschema.
    Starten en stoppen
    Koude motor
    Starten: De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u 
    de motor start. Activeer de rem door de 
    terugslagbescherming naar voren te brengen. 
    (21)
    1.
      Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de 
    rubberen balg van de brandstofpomp totdat er brandstof in 
    de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te 
    worden. 
    (24)
    2.  Choke:
     Trek de blauwe choke/starthendel helemaal uit 
    (naar de positie FULL CHOKE). Wanneer de chokehendel 
    helemaal uitgetrokken is, wordt automatisch een correcte 
    startgasstand ingesteld. 
    (22)
    Startgas:
     De gecombineerde choke/startgaspositie wordt 
    verkregen door de hendel in de chokestand te zetten. (23)
    Starten
    Pak de voorhandgreep vast met uw linkerhand. Houd de 
    motorkettingzaag op de grond door uw rechtervoet door de 
    achterhandgreep te steken.
    3.  Trek met uw rechterhand aan de star thendel en trek het 
    starterkoord langzaam naar buiten tot u weerstand voelt 
    (starthaken grijpen in) en trek daarna hard en snel totdat 
    de motor aanslaat. 
    Wikkel het startkoord nooit rond uw 
    hand. (26)
    N.B.! 
     Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de 
    starthendel niet zomaar los wanneer het volledig 
    uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine 
    leiden.
    4.  Duw de chokehendel in de stand 1/2 choke zodra de 
    motor aanslaat, wat te horen is aan een plofgeluid. (22)
    5.  Blijf hard 
    aan het koord trekken totdat de motor star t. (27) Laat de motor dertig seconden opwarmen en trek de 
    gashendel dan aan om naar de normale stationaire stand 
    te gaan. Omdat de kettingrem nog steeds geactiveerd is, moet het 
    toerental v
    
    an de motor zo snel mogelijk terug naar nullast, 
    wat u bereikt door de gashandel één keer snel in te 
    drukken.  Daardoor voorkomt u onnodige slijtage van 
    koppeling, koppelingstrommel en remband.
    Let op! Reset de kettingrem door de terugslagbeveiliging 
    (aangeduid met ”PULL BACK TO RESET”) tegen de 
    handgreepbeugel aan te brengen. De motorzaag is 
    vervolgens klaar voor gebruik. 
    (28) Aan de achterkant 
    van de zaag (A) zit een vereenvoudigde 
    startherinnering met afbeeldingen die de 
    desbetreffende stappen beschrijven.
    Warme motor
    Volg dezelfde startprocedure als voor een koude motor, 
    maar zonder de chokehendel in de chokestand te zetten.  
    Plaats de gashendel in de star tpositie door de blauwe 
    chokehendel in de chokestand te zetten en deze 
    vervolgens weer in te drukken. 
    (25)
    •Start de motorkettingzaag nooit zonder dat zaagblad, 
    zaagketting en alle kappen correct gemonteerd zijn. Zie 
    de instructies in het hoofdstuk Monteren. Wanneer 
    zaagblad en ketting niet op de motorzaag zijn 
    gemonteerd, kan de koppeling losraken en ernstig letsel 
    veroorzaken. 
    (29)
    •De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de 
    motorzaag start. Zie instructies onder het hoofdstuk 
    Starten en stoppen. Gebruik nooit de valstart voor de 
    motorzaag. Deze methode is zeer gevaarlijk omdat u 
    makkelijk de controle over de motorzaag kunt verliezen.  
    (30)
    •Start de machine nooit binnenshuis. Vergeet niet dat het 
    gevaarlijk is om de uitlaatgassen van de motor in te 
    ademen.
    • Controleer de omgeving en vergewis u ervan dat er  geen r
     isico bestaat dat mensen of dieren in contact 
    komen met de snijuitrusting.
    • Hou de motorzaag altijd met beide handen beet. Hou  uw rechterhand op de achterhandg
     reep en uw 
    linkerhand op de voorhandgreep. 
    Alle gebruikers, 
    zowel rechts- als linkshandigen, moeten deze greep 
    gebruiken.
    Hou stevig vast zodat uw duimen en vingers 
    de handgrepen van de motorzaag omsluiten. (31)
    Stoppen
    U stopt de motor door de stopknop in te drukken. (32)
    !
    WAARSCHUWING! Voor het starten moet 
    u rekening houden met de volgende 
    punten:
    De kettingrem moet geactiveerd zijn 
    wanneer de motorzaag wordt gestart, om 
    het risico van contact met de draaiende 
    ketting bij de start te verminderen. 
    Start de motorkettingzaag nooit zonder 
    dat zaagblad, ketting en alle kappen 
    gemonteerd zijn. Anders kan de 
    koppeling losraken en persoonlijk letsel 
    veroorzaken.
    Plaats de machine steeds op een 
    stabiele ondergrond. Zorg ervoor dat u 
    stevig staat en dat de ketting niet in 
    contact kan komen met een voorwerp.
    Hou onbevoegden uit het werkgebied.
    !
    WAARSCHUWING! Langdurige 
    inademing van de uitlaatgassen van de 
    motor, kettingolienevel en stof van 
    zaagsel kan een gezondheidsrisico 
    vormen.
    STARTEN EN STOPPEN  
    						
    							ARBEIDSTECHNIEK
    Dutch – 4191154212-26 Rev.3 2012-02-22
    Voor ieder gebruik: (33)
    1Controleer of de kettingrem goed werkt en niet 
    beschadigd is.
    2 Controleer of de achterste rechterhandbescher ming  niet beschadigd is.
    3 Controleer of de gashendelvergrendeling goed werkt en  niet beschadigd is.
    4 Controleer of het stopcontact goed functioneer t en  onbeschadigd is
     .
    5 Controleer of alle handvatten vrij van olie zijn.
    6 Controleer of het trillingsdempingssysteem goed werkt  en niet beschadigd is.
    7 Controleer of de geluiddemper goed vast zit en niet  beschadigd is
     .
    8 Controleer of alle onderdelen van de motorkettingzaag  v
     astgedraaid zijn en dat ze niet beschadigd zijn of 
    ontbreken.
    9 Controleer of de kettingvanger op zijn plaats zit en niet  beschadigd is
     .
    10 Controleer de kettingspanning.
    Algemene werkinstructies
    Basisveiligheidsregels
    1Controleer de omgeving:
    • Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine  niet kunt v erliezen vanwege omstanders, dieren of een 
    andere reden.
    • Om te voorkomen dat omstanders en dieren in contact  k
     omen met de ketting of geraakt worden door de 
    vallende boom en gewond raken.
    N.B.! Volg de hierboven genoemde punten maar gebruik 
    de motor
     kettingzaag nooit als u niet de mogelijkheid heeft 
    om hulp in te roepen in geval van een ongeval.
    2 Gebruik de motorkettingzaag niet in ongunstige  w
     eersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige 
    regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte  weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot 
    gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn, de 
    wind de valrichting van de boom beïnvloeden enz.
    3 Wees extra voorzichtig bij het afzagen van kleine takken  en zaag niet in str
     uiken (= veel kleine takken 
    tegelijkertijd). Kleine takken kunnen na het afzagen 
    vastraken in de ketting, in uw gezicht e.d. geslingerd 
    worden en ernstige verwondingen veroorzaken.
    4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Controleer  of er e
     ventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel 
    moet kunnen wegkomen (wortels, stenen, takken, 
    kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wanneer 
    u op hellend terrein werkt.
    5 Wees extra voorzichtig wanneer u in bomen zaagt die  gespannen zijn.
      Een gespannen boom kan zowel voor 
    als na het doorzagen in zijn normale stand terug 
    vliegen. Als u op de verkeerde plaats staat of de 
    inkeping op de verkeerde plaats maakt, kan dit er toe 
    leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de 
    controle verliest. In beide gevallen kunt u ernstig 
    gewond raken.
    6 Wanneer u zich verplaatst moet de ketting vergrendeld  w
     orden met de kettingrem en moet de motor 
    uitgeschakeld worden. Draag de motorkettingzaag met 
    het zaagblad en de ketting naar achter gericht. Als het 
    om een langere verplaatsing gaat, moet u de 
    zaagbladbescherming gebruiken.
    7 Wanneer u de motorzaag op de grond plaatst, moet u  de k
     etting met de kettingrem blokkeren en ervoor 
    zorgen dat u de machine in de gaten kunt houden. Als 
    de motorzaag een langere tijd geparkeerd” wordt, moet 
    u de motor uitzetten.
    Basisregels
    1Door te begrijpen wat terugslag is en hoe het 
    veroorzaakt wordt, kunt u het verrassingseffect 
    reduceren of elimineren. Het verrassingseffect verhoogt 
    het ongevalsrisico. De meeste terugslagen zijn klein, 
    maar sommige kunnen bliksemsnel en erg krachtig zijn.
    2 Hou de motorzaag altijd stevig vast met uw rechterhand  op het achterste handv
     at en uw linker handvat op het 
    voorste handvat. Plaats uw duimen en vingers rond de 
    handvatten. Iedereen, of men nu rechts- of linkshandig 
    is, moet de motorzaag op deze manier vastgrijpen. 
    Want dit is de beste greep om het terugslageffect te 
    reduceren en de controle over de motorzaag te 
    behouden. 
    Laat de handvatten niet los! 3De meeste terugslagongevallen gebeuren bij het 
    snoeien. Zorg ervoor dat u stevig staat  en dat er niets 
    op de grond ligt waarover u kunt struikelen of uw 
    evenwicht kunt verliezen.
    Door onoplettendheid kan de terugslagrisico-sector van 
    de motorzaag onopzettelijk een tak, een boom in de 
    b
    
    uurt of een ander voorwerp raken, en terugslag 
    veroorzaken.
    Zorg dat u controle over het werkstuk hebt. Als de 
    stukk
     en, die u zaagt, klein en licht zijn kunnen ze in de 
    ketting vastraken en naar u geworpen worden. Al hoeft 
    BELANGRIJK!
    In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels 
    v
    
    oor het werken met een motorkettingzaag door. Deze 
    informatie kan nooit de kennis vervangen die een 
    vakman via opleidingen en praktische ervaring heeft 
    verworven. Wanneer u in een situatie belandt waarin u 
    niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet 
    u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer, uw 
    servicewerkplaats of een ervaren 
    motorkettingzaaggebruiker. Vermijd gebruik waarvan u 
    vindt dat u niet voldoende gekwalificeerd bent!
    Voor u de motorkettingzaag gaat gebruiken, moet u 
    w
     eten wat terugslag is en hoe dit voorkomen kan 
    worden. Zie instructies in het hoofdstuk Maatregelen 
    die terugslag voorkomen.
    Voor u de motorkettingzaag gaat gebruiken moet u 
    beg
     rijpen wat het verschil is tussen zagen met de 
    onderkant en zagen met de bovenkant van het 
    zaagblad. Zie de instructies in het hoofdstuk 
    Maatregelen om terugslag te voorkomen en De 
    veiligheidsuitrusting van de machine.
    Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie 
    instructies in het hoofdstuk Persoonlijke 
    veiligheidsuitrusting.
    !
    WAARSCHUWING! Soms komen er snippers vast te zitten in het 
    koppelingdeksel waardoor de ketting 
    vastloopt. Zet de motor altijd uit voordat 
    wordt begonnen met schoonmaken. 
    						
    							ARBEIDSTECHNIEK
    420 – Dutch1154212-26 Rev.3 2012-02-22
    dit op zich niet gevaarlijk te zijn, u kunt erdoor verrast 
    worden en de controle over de zaag verliezen. Zaag 
    nooit opgestapelde stammen of takken zonder ze eerst 
    uit elkaar te trekken. Zaag slechts een stam of een stuk 
    per keer. Verwijder de afgezaagde stukken om uw 
    werkterrein veilig te houden.
    4
    Gebruik de motorzaag nooit hoger dan 
    schouderhoogte en zaag niet met de tip van het 
    zaagblad. Zaag nooit wanneer u de motorzaag 
    slechts met één hand vasthoudt! 
     (34)5Om volledige controle te hebben over uw 
    motorkettingzaag is het noodzakelijk dat u stabiel staat. 
    Werk nooit terwijl u op een trap staat, hoog in een boom 
    of op plaatsen waar u geen stabiele ondergrond hebt 
    om op te staan. 
    (35)6Zaag met een hoge kettingsnelheid, d.w.z. met volgas.
    7 Wees extra voorzichtig wanneer u met de bovenkant  v an het zaagblad zaagt, d.w.z. wanneer u van de 
    onderkant van het zaagvoorwerp zaagt. Dit wordt zagen 
    met duwende ketting genoemd. De ketting duwt de 
    motorzaag dan naar achteren naar de gebruiker toe. 
    Wanneer de ketting beklemd raakt, kan de motorzaag 
    naar achteren naar u toe worden geworpen.
    8 Als de gebruiker deze duwende beweging niet pareert,  bestaat het r
     isico dat de motorzaag zo ver naar achter 
    wordt geduwd dat de terugslagrisico-sector van het 
    zaagblad het enige contact met de boom vormt, wat tot 
    terugslag leidt. 
    (36)Met de onderkant van het zaagblad zagen, d.w.z. van 
    de bovenkant van het zaagvoorwerp naar beneden, 
    wordt zagen met trekkende ketting genoemd. Dan wordt 
    de motorzaag naar de boom getrokken en de voorkant 
    van de motorzaaghuis vormt dan een natuurlijke steun 
    tegen de stam. Bij zagen met trekkende ketting heeft de 
    gebruiker meer controle over de motorkettingzaag en 
    waar de terugslagrisico-sector van het zaagblad zich 
    bevindt.
    9 Volg de vijl- en onderhoudsinstructies voor het zaagblad  en de k
     etting. Als u het zaagblad en de ketting vervangt, 
    mag slechts één van de door ons aanbevolen 
    combinaties gebruikt worden. Zie instructies in de 
    hoofdstukken Snijuitrusting en Technische gegevens.
    Basistechniek zagen
    Algemeen•Geef altijd volgas bij het zagen!
    • Laat de motor na elke zaagsnede stationair draaien (als  de motor langdur ig op volle toeren draait zonder dat hij 
    belast wordt, d.w.z. zonder de weerstand die de motor 
    bij het zagen via de ketting ondervindt, kan dit tot 
    ernstige beschadigingen van de motor leiden).
    • Vanaf de bovenkant zagen = met ”trekkende” ketting  zagen.
    •Vanaf de onderkant zagen = met ”duwende” ketting 
    zagen.
    Zagen met een ”duwende” ketting betekent een groter 
    risico op terugslag. Zie instructies in het hoofdstuk 
    Maatregelen die terugslag voorkomen.
    BenamingenZagen = Algemene benaming voor zagen door hout.
    Snoeien = Takken van een gevelde boom afzagen.
    Splijten = Wanneer het voorwerp dat u door/af wilt zagen 
    afbreekt v
     oor u de hele zaagsnede aangebracht heeft.
    Voor het zagen moet u rekening houden met vijf erg 
    belangrijke factoren:
    1De snijuitrusting mag niet vastgeklemd worden in de 
    motorzaagsnede.
    2 Het zaagvoorwerp mag niet splijten.
    3 De ketting mag tijdens en na het zagen niet in contact  k
     omen met de grond of een ander voorwerp.
    4 Bestaat er risico op terugslag?
    5 Kunt u op deze grond en in deze omgeving veilig gaan  en staan?
    Dat de ketting wordt vastgeklemd of dat het zaagvoorwerp 
    splijt is te wijten aan twee oorzak
     en: welke steun het 
    zaagvoorwerp voor en na het zagen heeft en of het 
    zaagvoorwerp onder spanning staat.
    De eerder genoemde ongewenste verschijnselen kunnen 
    in de meeste ge
     vallen voorkomen worden door het zagen 
    in twee stappen uit te voeren: vanaf de boven- en de 
    onderkant. Het gaat erom de ”wil” van het zaagvoorwerp 
    om de ketting vast te klemmen of te splijten, te 
    neutraliseren.
    Hieronder volgt een theoretische beschrijving van hoe de 
    meeste v
     oorkomende situaties waarmee de gebruiker van 
    een motorkettingzaag te maken krijgt, gehanteerd moeten 
    worden.
    Snoeien
    Bij het snoeien van dikkere takken moet men dezelfde 
    principes toepassen als bij het zagen.
    Zaag moeilijke takken stukje voor stukje af.
    Zagen
    Als u een stapel stammen heeft, moet iedere stam die u wilt zagen, van de stapel af, op een zaagbok of -tafel 
    worden gelegd en apar t worden doorgezaagd. 
    Verwijder de doorgezaagde stukken uit het werkterrein. 
    Door z
     e in het werkterrein te laten liggen, vergroot u zowel 
    het risico om per ongeluk terugslag te krijgen als het risico 
    om uw balans te verliezen terwijl u werkt.
    De stam ligt op de grond. Er bestaat geen risico dat de 
    ketting wordt vastgeklemd of dat de stam splijt. Het risico 
    dat de ketting na het doorzagen de grond raakt, is echter 
    wel groot.
    !
    WAARSCHUWING! Gebruik nooit een 
    motorzaag door hem met een hand vast 
    te houden. U kunt een motorzaag niet 
    veilig controleren met een hand. Hou de 
    handgrepen altijd met beide handen 
    stevig vast.
    BELANGRIJK! Als de ketting wordt vastgeklemd in de 
    motorzaagsnede: schakel de motor uit! Probeer de 
    motorkettingzaag niet los te trekken. Als u dit doet kunt 
    u zich verwonden aan de ketting wanneer de 
    motorzaag plotseling loskomt. Gebruik een hefboom 
    om de motorkettingzaag los te maken.
    !
    WAARSCHUWING! Probeer nooit te 
    zagen in stammen als ze opgestapeld 
    liggen of wanneer een paar stammen 
    dicht bij elkaar liggen. Dergelijke 
    handelwijzen vergroten het risico van 
    terugslag aanzienlijk, wat kan leiden tot 
    ernstig of levensbedreigend letsel.  
    						
    All Husqvarna manuals Comments (0)

    Related Manuals for Husqvarna 236 Xtorq Manual